← Terug naar overzicht

2.Negenhonderd kilometer argwaan

Kronkelende wegen door de Périgord Noir — de streek die bleef trekken aan ons.

Het zoeken gebeurde ’s avonds, als het huis was gaan slapen. Eén lamp, één scherm, het zachte zoemen van de laptop. Tabblad na tabblad: huizen te koop in het zuiden van Frankrijk, het ene beeld nog warmer dan het andere. Strijklicht over oude steen. Een zwembad blauwer dan blauw. Een terras waar het altijd avond was en nooit nacht.

Ik leerde die beelden lezen zoals je een te mooi verhaal leert lezen: met groeiende argwaan. Ook in Frankrijk bestaan fotografen die van een gewone muur een belofte maken.

Ik reed. Ik keek. Ik stond in deuropeningen waar de werkelijkheid kleiner was dan de foto. Telkens dezelfde stille teleurstelling. En telkens dezelfde conclusie, die oude reflex van mij: als je zeker wilt zijn, moet je het met eigen ogen gezien hebben.

Alleen: wie alles zelf wil zien, komt niet ver. Zeker niet over negenhonderd kilometer. Je rijdt niet elke week naar het zuiden om te zien wat een foto verzwijgt.

En toen, op een avond tussen de tabbladen, een bericht. Een Belgisch bureau dat mensen helpt iets te vinden in Frankrijk, en uitgerekend in de Périgord Noir — de streek die ons al jaren trok. Ik klikte het meteen weg. Mijn zoektocht uit handen geven ging tegen alles in.

Niet dat ik een controlefreak ben. Ik wil alleen dat alles gaat zoals ik het voor me zie.

Ik stuurde toch een bericht naar Sud’Arange. De man die antwoordde, Felix, bleek een jonge kerel die met zijn gezin in Toulouse woont, maar zijn roots liggen vlak bij de streek waar wij wonen. Op de een of andere manier schept dat een band: iemand die het zuiden kent én weet waar wij vandaan komen. Toch hield ik de boot af. Vertrouwen geef je niet weg op een eerste indruk.

We spraken elkaar via video, om te voelen of de klik er was. Die was er. We vertelden hem wat we toen dachten te zoeken, en hij ging op pad. Wat terugkwam was mooi, en toch niet het onze. Dus parkeerden we de zoektocht. Een idee dat nog niet rijp is, laat zich niet dwingen.

Een jaar later was de aarzeling op. Umi — het baken in dit alles — wist het al langer: als het voor de kinderen en vooral de kleinkinderen is, is het nooit goed genoeg, nooit groot genoeg. En nu wisten we het samen precies: wat het worden moest, wat het mocht kosten, waar het ongeveer moest liggen. We zagen Felix opnieuw, ditmaal in Toulouse, en begonnen van voren af aan. Scherper dan de eerste keer.

Pas veel later begreep ik wat die maanden me hadden geleerd. Iets wat ik toen nog niet wilde weten: dat je niet alles in de hand hoeft te houden om ergens thuis te komen. Soms moet je eerst loslaten voor je iets kunt vinden.

En tussen alles wat voorbijkwam, was er één pand dat bleef terugkeren. Een oude grange op acht hectare, midden in de bossen, met voor de deur een boomgaard van châtaigniers — bomen die er al stonden lang voor iemand van ons had gehoord. Het verscheen. Het verdween. Het kwam terug. Alsof het wist dat wij er nog niet klaar voor waren, en wachtte tot we het wel waren. De volgende keer duwen we de deur open.

Ralentir. Respirer. Rester.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *