← Terug naar overzicht

3.Het zou Loubejac worden

Maart, regen, en het uitzicht over de prairie waar later zwembad en terras komen.   

Het regende toen we stopten. Niet hard, maar gestaag — dat fijne grijs dat de Périgord Noir in maart over zich heen kan trekken. Het was maart 2025. De châtaigniers aan de rand van het terrein stonden nog kaal, de takken zwart van het vocht, de knoppen nog niet te zien. En daar, achter het natte gras, doemde ze op: een groot, donker gebouw met een aanbouw en een oude regenwaterput. Geen schoonheid die zich opdrong. Een ruwe schuur die fier bleef staan in de regen — alsof ze, na al dat verschijnen en verdwijnen, eindelijk wist dat we klaar waren.

We duwden de deur open. Binnen stond ze nog vol. Gereedschap, rommel, de achtergelaten spullen van de vorige eigenaar, alles dooreen in het halfduister. Het rook er naar stof, oud hout en jaren die waren blijven hangen. En toch voelde je er, door dat alles heen, iets anders. Een rust. Een kalmte die uit de dikke muren leek te komen, uit de stenen zelf.

Felix nam ons meteen weer mee naar buiten, naar een punt iets verderop. Daar, zei hij, zouden later het zwembad en het terras komen. We keken uit over de prairie en de bossen, en het uitzicht had een soort stilte die je niet vaak tegenkomt. Net op dat ogenblik gleed een grote roofvogel traag over ons heen, op zoek naar een prooi. Niemand zei iets. Felix’ opmerking ergens op de achtergrond — dat je hier echt iets prachtigs van kon maken — was bijna te veel. Het beeld sprak voor zich.

Ik laat me niet snel overtuigen. Maar het gevoel van thuiskomen was er al voor ik het wilde toegeven. Umi was in de wolken. En het vertrouwen in Felix, dat ik al die maanden met mondjesmaat had gegeven, was er nu gewoon. Het zou Loubejac worden.

Felix trok eropuit met een bod onder de vraagprijs — een beetje gierig zijn we nu eenmaal. En het lukte: de eigenaar was zo vriendelijk om aan ons te verkopen. Wat daarna kwam, waren maanden van Franse notarissen die langs elkaar heen praatten of wekenlang van de aardbodem verdwenen. Het Franse notariaat draait traag. Of ik ben te ongeduldig — we zijn er nooit uit geraakt. Eind 2025 tekenden we de akte.

Ik denk nog vaak terug aan die eerste dag in maart. Het mooie seizoen was nog niet begonnen; de bomen kaal, de prairie nog dof. Maar de belofte hing in de lucht, zoals dat in maart hoort. We hadden geen afgewerkt huis gekocht. We hadden een belofte gekocht — en de tijd om ze waar te maken.

Wat we precies in handen hadden, begon ik pas later echt te begrijpen: een schuur uit de tweede helft van de achttiende eeuw, met muren zo dik dat het er koel bleef in de zomer, en acht hectare bos, prairie en châtaigniers eromheen. Maar dat is voor het volgende stuk.

Ralentir. Respirer. Rester.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *