6.Het geduld van de châtaigniers

Kaal toen we het dossier indienden, in het blad toen de vergunning kwam
We dienden de bouwaanvraag in en wachtten. Dat wachten duurde maanden — veel langer dan we hadden gedacht. Geen ramp, geen tegenslag, gewoon: traag. In België waren we sneller geweest, en ongeduldiger. Hier leerden we iets anders. De châtaigniers waren kaal toen we het dossier indienden, en droegen alweer hun eerste blad toen het antwoord eindelijk kwam.
Achteraf bekeken kregen we precies de les die we nodig hadden. Ons credo — Ralentir. Respirer. Rester. — was niet zomaar een mooie zin onder een logo; we moesten hem letterlijk leren nemen. Het gaat hier nu eenmaal trager. Niet slechter, integendeel. La Fontaine schreef het al in De leeuw en de rat: « Patience et longueur de temps font plus que force ni que rage. » Geduld en tijd vermogen meer dan kracht of woede.
Ondertussen wilden we het goed aanpakken. We zijn Vlamingen, en we hechten eraan het beeld te bevestigen dat men in Frankrijk graag van ons heeft: dat we het ernstig menen, met respect voor de streek en haar mensen. Dus vroegen we een afspraak met de burgemeester van Loubejac. Een bijzonder vriendelijke medewerkster van de mairie regelde alles, en het werd een hartelijke kennismaking.
Diezelfde medewerkster bleek goud waard. Op het terrein ligt een wijngaard van zowat twee hectare, jammer genoeg te verwaarloosd om nog te redden; we wilden hem verwijderen. Zij wees ons erop dat daar meer bij komt kijken dan een schop: niet alleen een toelating, maar ook — heel logisch, als je erover nadenkt — de grondbelasting. Voor grond die opbrengst genereert, betaal je nu eenmaal meer. Ons bezoek aan het gemeentehuis had zich meteen terugbetaald.
En toen begon het echte voorbereidende werk. Johan en Yolaine gingen aan de slag, met Felix nog altijd op de achtergrond — adviserend, met zijn kennis van la douce France en haar gebruiken. Op basis van Johans technische tekeningen vroegen we de eerste offertes op. Om de twee weken een videocall. En na elke call steeg de spanning om eindelijk, écht, aan de fysieke realisatie te beginnen.
Want zo voelt een aanloop: alles is klaar, alles is getekend, en toch staat er nog niets. De droom bestaat op papier, in stempels, in afspraken. Tot de dag waarop de machines komen.
En die dag — daarmee begint niet langer de proloog, maar de kroniek. Hier eindigt dus het eerste hoofdstuk. Vanaf de volgende aflevering schrijven de machines mee: het verbouwingsjournaal kan beginnen.
Ralentir. Respirer. Rester.


