← Terug naar overzicht

7.C’est parti!!

Twee woorden, twee graafmachines: op 15 juni om 17.42 uur kreeg de droom een werf.

Er zijn berichten die je leest en meteen weer vergeet. En er zijn er die een datum in je leven kerven. Op 15 juni, om 17.42 uur, licht mijn telefoon op. Johan. Twee woorden: “C’est parti!” Daaronder een foto van twee graafmachines op ons terrein.

Tot die dag was L’Orée des Châtaigniers vooral iets wat bestond op papier en in onze hoofden. In mappen vol plannen, in avondlange gesprekken aan de keukentafel, in offertes, vergunningen en stempels. Een droom, zorgvuldig gevouwen en hervouwen, twee jaar lang. En nu stonden er twee machines middenin die droom — met rupsbanden, hydrauliek en een dieselmotor — en ze zagen er niet naar uit dat ze van plan waren nog te vertrekken.

Een paar dagen voordien hadden we elkaar nog aangekeken: benieuwd of 15 juni gehaald zou worden. Aannemers — het blijft, zo leert de ervaring, internationaal een ras apart, en je weet maar nooit.

En toen stonden ze er dus. Even dachten we: goed — en wat nu? We keken naar elkaar en voelden voor het eerst wat we de komende dagen en weken nog vaak zouden voelen: we willen dáár zijn. Kijken wat er gebeurt. Kijken hoe het gebeurt. Kijken óf er wel gebeurt wat er moet gebeuren.

Weet je nog wat ik in de proloog schreef, over 900 kilometer argwaan? Dat rare beest stak toch weer even de kop op. Vertrouwen op anderen — we hebben er allebei wat problemen mee. Dit hele project dwingt ons in een keurslijf dat we niet kennen: privé noch professioneel zijn we het gewend de touwtjes uit handen te geven. En nu lagen die touwtjes 900 kilometer zuidwaarts, in de handen van anderen. Het voelt vreemd en onwezenlijk, alsof je je droom aan iemand anders in bewaring geeft.

En dan, opeens: ping. En nog eentje. En dan een hele reeks pings tegelijk. Onze WhatsApp-groep — want uiteraard hebben we een WhatsApp-groep, met Felix, Johan en Yolaine — ontploft.

Foto na foto, filmpje na filmpje. Werklui die op één werkdag een metamorfose hebben veroorzaakt. We herkennen ons eigen terrein niet meer terug. De oude funderingen — het gapende gat dat de vorige eigenaar naliet — worden gevuld met de bergen grond die er al jaren verloren bij lagen, precies waar hij ze had achtergelaten. Wat jarenlang een litteken in het landschap was, wordt in enkele uren toegedekt. Alsof het terrein eindelijk mag helen.

En nu zie ook ik op die foto’s wat Felix bedoelde toen hij zei dat dit een fenomenale locatie was. Tania begreep het toen al meteen. De artistieke kwab in mijn hersenen is wellicht wat minder ontwikkeld dan de hunne: ik zag destijds een oude schuur, een enorm gat in de grond en hopen aarde die verloren lagen op een uitgestrekt stuk land. Zij zagen de lange lijnen van het landschap, de glooiing, het licht dat ’s avonds over de prairie strijkt.

Felix kende ik toen nog niet goed genoeg om mijn beslissing op zijn oordeel te bouwen. Tania daarentegen heeft altijd een gevoel gehad voor dat soort zaken, en haar vertrouwde ik blindelings. Als zij het zag, verdwenen mijn twijfels in het niets. De droom was er dus altijd al; ik had er alleen haar ogen voor nodig.

En dan, tussen alle berichten door, foto’s van de grange zelf.

Gapende wonden in de Franse calcaire. Wonden waar licht naar binnen stroomt, op vloeren die in tweehonderdvijftig jaar amper zon hebben gezien. Want zo was ze gebouwd, onze grange: om te beschermen, niet om te ontvangen. Hooi, oogsten, vee — alles moest binnen blijven, het licht moest buiten blijven. Nu wordt die logica, steen voor steen, omgekeerd. Wonden, ja — maar wonden waardoor een thuis naar binnen komt. Voor ons en voor onze gasten.

Je mag het niet onderschatten: onze huidige Belgische manier van bouwen verschilt grondig van hoe men in de 18e eeuw zo’n grange optrok. Muren van een halve meter calcaire vragen geen metsers maar vakmensen, specialisten — artisans die weten waar een muur wil meegeven en waar hij dat vooral niet wil. Ik vergelijk het met wonden omdat de werklui die deze transformatie uitvoeren als chirurgen te werk gaan: bedachtzaam en precies.

Op één foto zag ik een zaagblad. En als ik zeg een zaagblad, dan bedoel ik een ZAAGBLAD: met een doormeter van — zo leek het mij althans, analfabeet in de taal van steen en hout — minstens een meter. Het ging door de calcaire als een mes door boter, en op de foto’s meen ik zelfs het fijne witte stof te zien dat traag neerdwarrelt in het licht van de nieuwe openingen.

En toen kwam de foto waar ik het langst naar heb gekeken: de eerste poutrelle, geplaatst boven de ramen die de leefruimte het licht zullen schenken dat haar eeuwenlang was onthouden. Delicaat werk, uitgevoerd met een precisie die je bij zulke machines niet meteen verwacht.

De hele stroom foto’s en filmpjes deed het groen-gele monster van wantrouwen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Daar waren vaklui aan het werk. Ons vertrouwen in Origami en Sud’Arrange werd niet beschaamd: ze hadden de juiste mensen aangesproken, de juiste beslissingen genomen, en de boodschappen gebracht die gebracht moesten worden — de pijnlijke evengoed als de leuke.

En in de plaats van dat monster kwam iets anders, iets wat ik niet had zien aankomen: verlangen. Het verlangen om erbij te zijn terwijl onze droom zich, filmpje na filmpje, in de realiteit begint te manifesteren. Om deel te zijn van het proces, in plaats van op 900 kilometer afstand lijdzaam toe te kijken, wachtend op een bericht, wachtend op beelden. Het begon te lijken op prille verliefdheid: je wil de hele tijd weten waar de ander mee bezig is, wat er gebeurt in haar leven, hoe het met haar gaat. En zoals bij elke prille verliefdheid maakt de afstand het alleen maar erger.

Eind juli rijden we naar ginder, voor onze jaarlijkse reis met onze kinderen en kleinkinderen — het belangrijkste event van ons jaar, waar we telkens opnieuw naar uitkijken. Maar dit jaar wordt het anders dan anders: we gaan met eigen ogen kijken naar de plek waar we volgend jaar ons verlof zullen doorbrengen. De plek waar we altijd zullen kunnen terugkeren, samen als familie of ieder met zijn gezin. De plek die we zullen delen met gasten die, net als wij, de rust en de kalmte waarderen, de natuur, het historische kader en de culinaire hoogstandjes van de Périgord Noir.

Eind juli. Nog ruim een maand. Het gaat een lange maand worden — de langste sinds we aan dit avontuur begonnen. We houden jullie op de hoogte. En als we ginder zijn geweest, houd dan zeker Instagram in de gaten.

Ralentir. Respirer. Rester.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *