← Terug naar overzicht

8. Eik, geen den

Drie woorden aan een werftafel waarin de hele filosofie van dit project past

We vertrokken op een donderdagavond. ’s Nachts rijden, dat was het plan — niet uit romantiek, maar omdat de doortocht door Parijs bij daglicht een beproeving is die je niemand gunt. Deze keer combineerden we het werkbezoek met onze jaarlijkse familievakantie: precies het evenement waar ik in de vorige aflevering al naar stond uit te kijken.

Mijn vrouw, mijn petekind en ikzelf kwamen aan in Loubejac op het moment dat de zon zich begon aan te kondigen, nog voor ze over de horizon kwam piepen. Veel te vroeg dus om ook maar iets te zien. En omdat er ergens in dat donker een troep everzwijnen zijn eigen ochtend had, besloten we wijselijk om eerst nog een dutje te doen, vooraleer we gingen aanschouwen wat de grote machines en die fijne zaag met ons project hadden teweeggebracht.

Zodra het begon te schemeren won de nieuwsgierigheid het van de slaap. Prille verliefdheid, weet je nog. Daar slaap je niet van.

Het werden mixed feelings. De grote put met de funderingen van de vorige eigenaar was volledig verdwenen, en dat gaf een prachtig, open zicht over de hele locatie. Maar in de hoge vensteruitsparingen — de wonden waarover ik de vorige keer zo lyrisch deed — stonden nu grote houten platen, om ongewilde bezoekers buiten te houden. Het licht dat we net hadden binnengelaten, was weer dichtgetimmerd. Het was niet meteen een zicht waar je vrolijk van wordt, en na een tijdje besloten we dan ook maar te vertrekken naar onze vakantiewoning in Mondenard.

Het is misschien wel het eerlijkste wat ik in dit journaal kan schrijven: een werf halverwege is niet mooi. Ze is stoffig en rommelig, en ze zit vol beloftes die je op dat moment nergens kunt zien.

De maandag daarop stond de werfbespreking gepland, samen met Johan, Felix en de twee hoofdaannemers. Daar keken we naar uit. Eindelijk zouden we wat feeling krijgen: hoe de zaken ervoor stonden, hoe zij de dingen zagen, wat zij van het project dachten, welke ideeën zij hadden.

Want er is een verschil tussen een werf volgen via foto’s en er zelf tussen staan. In juni telde ik openingen op een scherm; in juli stond ik in de leefruimte en probeerde ik me voor te stellen waar ’s ochtends de koffie zou staan. En zodra je met vier mensen rond een tafel zit die dit dagelijks doen, kantelt het gesprek. Het gaat niet meer over of het gaat lukken. Het gaat over welke tegel.

In één voormiddag werd er meer duidelijk dan tijdens dat hele stille kijken op vrijdagochtend. Rolluiken. Beveiliging. Hoe we de oude waterput gaan inzetten om straks de planten water te geven. En — o ja — een idee dat daar ter plekke geboren werd: een kruidentuin aan het noordelijke terras, op een paar stappen van de keukendeur.

En dan die ene beslissing waaraan deze aflevering haar titel dankt. Ze viel aan die tafel, in drie woorden: eik, geen den. Echte eik in plaats van den. Op papier is dat één regel in een offerte. In werkelijkheid staat de hele filosofie van dit project erin. Den is sneller en goedkoper, en over vijftien jaar zie je dat ook. Eik wordt mooier naarmate hij ouder wordt — net als de grange zelf, die tweehonderdvijftig jaar lang deed waarvoor ze gebouwd was. We richten hier geen huis in voor de komende tien jaar. We maken een plek klaar die er nog moet staan wanneer onze kleinkinderen er hun eigen kinderen mee naartoe nemen. Dan kies je eik.

Na de aannemers zagen we ook nog een tuinaannemer. Want we willen dat onze gasten in een aangename, rustgevende omgeving kunnen vertoeven: de geur van bloemen, de privacy, de schaduw die bomen en struiken geven wanneer je aan het zwembad ligt te genieten, rustig een boek leest of wat pétanque speelt.

Belangrijk voor dit verhaal is ook de afsluiting. Hoe leuk en thrilling het ook is om in de verte everzwijnen, herten of ander wild te zien passeren — je wil ze niet op je terras, en al zeker niet in je zwembad. Een degelijke omheining moet twee dingen tegelijk doen: onze kinderen en huisdieren veilig op het terrein houden, en de ongenode gasten in ons zicht maar buiten handbereik.

Donderdag reden we naar Toulouse. De berichten over bosbranden rond die mooie stad zorgden onderweg voor een knoop in de maag; achteraf bleek die nodeloos. We hadden er afspraken voor enkele van de belangrijkste beslissingen van deze reis.

Eerst het sanitair. We hebben ervoor gekozen onze gasten rust en privacy te geven, en die privacy trekken we door tot binnen in het huis: elke kamer krijgt zijn eigen douche, wastafel en toilet. De keuze in zo’n toonzaal is verpletterend, maar we werden goed begeleid door de winkelverantwoordelijke, die ons telkens opnieuw bij dezelfde vraag bracht: dit wordt een vakantiewoning, geen woonhuis. Dat verandert alles — van slijtvastheid en onderhoud tot de snelheid waarmee een gast na een dag in de Périgordse zon onder een warme douche wil staan. Tania hakte links en rechts knopen door. Nu is het nog even wachten op het finale budget.

Dan de vloeren. Binnen en buiten leggen we dezelfde tegel. Dat komt de authenticiteit van het gebouw ten goede, en het doet iets met de ruimte: de drempel verdwijnt, binnen en buiten worden één beweging. Die keuze ging opvallend vlot — Tania en ik waren het snel eens, en dat is, laat ik eerlijk zijn, niet altijd het geval.

Ook boven kiezen we over de hele oppervlakte voor eenvormigheid en authenticiteit: overal hetzelfde parket, met een mooie ruwe eiken look. Eik, geen den. Alweer.

De keuken moet nog even wachten. Ook in Frankrijk is het verlof, en het bedrijf dat onze keuken zal bouwen is pas in september terug beschikbaar. Uitgerekend de keuken — want bij ons, zoals bij zoveel families, zijn het eten en de plek waar het klaargemaakt wordt het middelpunt van elk samenzijn. Iets om naar uit te kijken, dus.

Ondertussen zijn we al aan het plannen wanneer we dit jaar nog eens teruggaan. Het wordt wellicht oktober, en als alles goed gaat, gaan de ouders van Tania mee. Tegen dan hebben de châtaigniers hun blad laten vallen — en achter die houten platen ligt een huis te wachten tot het weer licht mag binnenlaten.

Jullie horen dus snel weer van ons.

Ralentir. Respirer. Rester.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *