5.De koude douche.

Avond na avond op tafel: de grange, opnieuw bedacht in lijnen en maten.
De plannen lagen avond na avond op tafel. Doorsneden, plattegronden, de grange opnieuw bedacht in lijnen en maten. We schoven muren op, pasten kleine dingen aan, en herinnerden de architect telkens weer aan het budget — dat ene cijfer dat we van bij het begin duidelijk hadden afgesproken. Het is een vreemd gevoel, je droom langzaam vorm te zien krijgen op papier: herkenbaar, en toch nog niet helemaal van jou.
Uiteindelijk lag er een prachtig plan. En, na lang aandringen, eindelijk ook een bedrag dat dit alles zou kosten.
Toen kwam de koude douche. Het budget dat we voor ogen hadden, zwart op wit gecommuniceerd, werd overschreden. Niet een beetje. Echt overschreden — en daar dan nog wat bovenop.
Wat volgde, waren geen mooie dagen. Slapeloze nachten. Rekenen, en opnieuw rekenen. Vloeken, ook dat. De rendabiliteit uitvlooien tot achter de komma. Stoppen had geen zin — dan hielden we een groot stuk grond over met een oude schuur erop, en weggegooid geld. Dus dachten we rustig na, en besloten samen: we gaan ervoor, en we zorgen dat er meer middelen vrijkomen.
Buiten gingen de seizoenen ondertussen gewoon hun gang — de châtaigniers liepen uit, het blad kwam — terwijl wij ons over cijfers en tekeningen bogen. Het land had geen boodschap aan onze rekensommen. Dat hielp, vreemd genoeg.
Wat ons rechthield, was een ontmoeting. We leerden Johan kennen, onze werfleider, en zijn partner Yolaine. Hun bedrijf heet Origami, en die naam bleek te kloppen: vouw na vouw geven ze een nieuwe vorm aan wat er al is. Nuchter, met dezelfde smaak als de onze, en ze begrepen meteen waar het over ging — dat het budget bekeken en herbekeken moest worden, niet als een nederlaag, maar als een ontwerpvraag op zich.
Neem de keuken. In het eerste plan stond een dure keuken die we niet zomaar wilden schrappen. Origami kwam met een voorstel waar we ons meteen in vonden: de keuken deels opgenomen in het woongedeelte, het oude technische lokaal hergebruikt, en buiten — op het punt dat Felix ons die eerste dag had getoond — een buitenkeuken met poolhouse. Het was onze smaak, helemaal: het huis dat naar buiten ademt, koken in de zon, eten waar straks het zwembad ligt.
Uiteindelijk lag er een definitief plan. Nog steeds ruim boven wat we ons aanvankelijk hadden voorgenomen — ik ga daar niet flauw over doen. Maar het was een plan dat we droegen, met mensen in wie we vertrouwen hadden gekregen. En we drukten iedereen rond de tafel nog eens op het hart: we werken met een budget dat ver boven onze eerste gedachte ligt. Een huis bouw je niet tegen de laagste prijs; je bouwt het om er herinneringen in te maken, en te delen.
Het plan was er. Maar tussen een plan en een eerste spade ligt in Frankrijk nog een wereld van papier, geduld en stempels. Daarover gaat het volgende stuk.
Ralentir. Respirer. Rester.


